A2: nagenoeg onbrandbaar
Op de Europese schaal van A1 tot F is A2 de op een na hoogste klasse. Het materiaal draagt nagenoeg niet bij aan brand.

De Europese beoordeling, wat de brandklasse betekent, wie de prestaties bewaakt en onder welke voorwaarde ze gelden.
Voor deze productsoort bestond geen geharmoniseerde norm. Daarom is er eerst een Europees beoordelingsdocument opgesteld, en op basis daarvan is FTX1 doorgemeten en vastgelegd. Dat document is waarmee een aannemer de keuze verantwoordt: er staat in wie het heeft beproefd, volgens welke methode en met welke uitkomst.
Drie scores in één aanduiding, alle drie bepaald volgens EN 13501-1.
Op de Europese schaal van A1 tot F is A2 de op een na hoogste klasse. Het materiaal draagt nagenoeg niet bij aan brand.
Rookontwikkeling is bij brand vaak gevaarlijker dan het vuur zelf. De s1 is de laagste rookklasse die er is.
Het materiaal valt niet brandend naar beneden. Ook hier is d0 de hoogste score.
AVCP is de manier waarop wordt bewaakt dat het product blijft presteren zoals het is beoordeeld. Er gelden twee regimes naast elkaar, vastgelegd in Besluit 1999/91/EG.
Het zwaarste regime dat er is. Een aangemelde instantie bemonstert de productie en beoordeelt de fabrieksproductiecontrole doorlopend, niet eenmalig. Op het punt waarop een opdrachtgever het hardst doorvraagt ligt dus het strengste toezicht.
Het producttype is door een aangemelde instantie beproefd. Dat is een typebeproeving en geen doorlopende bemonstering; de waarden die eruit komen staan in de prestatieverklaring.
De gegevens die een opdrachtgever kan natrekken. De bestanden zelf staan op de techniekpagina.
| Kenmerk | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| Europese technische beoordeling | ETA-23/0018 | afgegeven 25 januari 2023 |
| Beoordelingsdocument | EAD 041561-00-1201 | |
| Brandreactie | A2-s1,d0 | EN 13501-1, getest volgens EN 13823 en EN ISO 1716 |
| AVCP, algemene prestaties | Systeem 3 | |
| AVCP, brandreactie | Systeem 1 | Besluit 1999/91/EG |
| Milieuverklaring | #nmd_203590 | Nationale Milieudatabase, categorie 1, 7 augustus 2026 |
| Binnenluchtkwaliteit | SHI-gecertificeerd | TVOC ≤ 300 μg/m³, formaldehyde ≤ 24 μg/m³, geldig tot 4 februari 2028 |
Het toezicht via AVCP gaat over de fabriek. Een in-situ isolatie ontstaat pas in de muur, en daarom verklaart ETA-23/0018 de prestaties onder één voorwaarde: dat het materiaal volgens het verwerkingsvoorschrift wordt aangebracht. Buiten dat voorschrift om zijn de beproefde waarden niet verklaard.
De bepaling staat in ETA-23/0018. De lambda van 0,034 W/(m·K) en de brandklasse A2-s1,d0 gelden voor het product zoals het is beoordeeld, en daar hoort de wijze van aanbrengen bij. Wordt daarvan afgeweken, dan zijn die waarden niet langer verklaard.
Het materiaal mag alleen worden aangebracht door bedrijven die de opleiding hebben gevolgd. Die gaat over de opname met de endoscoop, het doseren en de dichtheidscontrole tijdens het werk, de volgorde van vullen, de randvoorwaarden en de vastlegging achteraf. Wat daarbij hoort staat op verwerker worden.
Een spouw is na afloop dicht en wat erin zit is niet meer te zien. De controle hangt daarom niet aan de muur maar aan drie momenten die wel zijn vast te leggen.
Of het uitvoerende bedrijf voor dit materiaal is opgeleid, valt na te gaan voordat de opdracht wordt gegeven. In een bestek of bij een aanbesteding is dat een eis waaraan een bedrijf wel of niet voldoet.
De vrije ruimte wordt per gevel op minimaal vijf punten gemeten, elke gevel apart, en de dichtheid van het schuim wordt tijdens het werk nagemeten. Beide staan in het verwerkingsvoorschrift.
Per woning komt er een certificaat van uitvoering, met het oppervlak en de gemeten gemiddelde isolatiedikte per gevel en de Rd die daaruit volgt. Welke gegevens erop horen staan bij de zes gegevens per project.
FTX1 staat sinds 7 augustus 2026 in de Nationale Milieudatabase, onder nummer nmd_203590. Een adviseur rekent daarmee met de getoetste waarden van dit product en niet met een generiek gemiddelde.
Merkgebonden data van de fabrikant, getoetst door een onafhankelijke gekwalificeerde derde partij volgens het NMD-Toetsingsprotocol. Categorie 3, waar bijna de helft van de database uit bestaat, is generieke data waarmee een adviseur een aanname doet.
De milieukostenindicator over de A2-scope, bij een functionele eenheid van één vierkante meter. Dat is geen verkoopprijs maar een schaduwprijs: het getal waarin de milieubelasting in een MPG-berekening wordt uitgedrukt.
De verklaring staat openbaar in de viewer van de Stichting Nationale Milieudatabase, op naam van FTX 1 B.V. Er zit geen formulier voor en er hoeft niets te worden opgevraagd.
Het Sentinel Holding Institut beoordeelt bouwproducten op de stoffen die ze aan de binnenlucht afgeven, en laat zijn eigen processen en gegevens periodiek toetsen door SGS-TÜV Saar. FTX1 staat er onder nummer 15754-10-1000, op naam van FTX 1 B.V., met de beoordeling Indoor Air Quality, gecertificeerd: TVOC onder 300 en formaldehyde onder 24 microgram per kubieke meter, geldig tot 4 februari 2028.
In hetzelfde paspoort staat hoe het materiaal scoort in de systemen waarin een gebouw wordt beoordeeld: het Duitse QNG, DGNB, BNB, de EU-taxonomie, BREEAM en LEED v4.1. Dat is bruikbaar voor wie een gebouwcertificering moet onderbouwen. Het document staat in het Engels bij de documenten.
Nee. ETA-23/0018 verklaart de prestaties voor het product zoals het is beoordeeld, en bij een in-situ isolatie hoort het aanbrengen daarbij: het product ontstaat op de bouwplaats. Wordt er buiten het voorschrift om gewerkt, dan zijn de lambda van 0,034 W/(m·K) en de brandklasse A2-s1,d0 voor dat werk niet verklaard.
Dat is de reden dat het materiaal alleen bij opgeleide bedrijven terechtkomt, en niet een keuze die achteraf is toegevoegd.
Uit het certificaat van uitvoering. Het toezicht via AVCP gaat over de productie en niet over één bepaalde muur: wat daar terecht is gekomen, legt het niet vast.
Daarvoor is er per woning een certificaat met de gemeten gemiddelde isolatiedikte per gevel, het aantal meetpunten en de Rd die daaruit volgt. Dat is het document dat een energieadviseur, een taxateur of een subsidieaanvraag later nodig heeft.
Nee. In Nederland vraagt men bij na-isolatie van bestaande spouwmuren soms om een KOMO-attest onder BRL 2110. FTX1 is beoordeeld via de Europese route en heeft dat attest niet.
Vraagt een opdrachtgever om een KOMO-attest of om een procescertificaat van de verwerker, neem dan contact op. Dan kijken we per project wat er nodig is.
Voor in-situ gevormd mineraalschuim bestond geen geharmoniseerde norm. In dat geval wordt er eerst een Europees beoordelingsdocument opgesteld, hier EAD 041561-00-1201, en daarna het product daartegen beoordeeld. De uitkomst is de ETA.
Assessment and Verification of Constancy of Performance: de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid. Het regelt wie controleert dat het product blijft doen wat er in de beoordeling staat, en hoe vaak.
A1 draagt in het geheel niet bij aan brand, A2 nagenoeg niet. Het verschil zit in het organische deel: FTX1 is overwegend anorganisch maar bevat polymeerbindmiddelen en additieven. Tussen A2 en klasse E zitten nog drie klassen.
Ja. De beoordeling beschrijft in-situ gevormde thermische isolatie voor gesloten holle ruimtes in wanden, vloeren en daken. In de praktijk wordt FTX1 op dit moment alleen in spouwmuren toegepast; de andere twee komen later. Welke constructies eronder vallen en met welke randvoorwaarden staat bij de toepassingen.
Bij de documenten op de techniekpagina, samen met de ETA, het verwerkingsvoorschrift, het veiligheidsinformatieblad en de bestektekst. Zonder formulier ervoor.

De ETA, de prestatieverklaring en het verwerkingsvoorschrift staan op de techniekpagina. Mist u er een, mail dan even.