Naar de inhoud
De apparatuur waarmee het schuim wordt aangebracht
Het product

Waar FTX1 in gaat

Beoordeeld voor bestaande spouwmuren, en daarnaast voor tussenvloeren en gesloten dakconstructies. Toegepast wordt FTX1 op dit moment alleen in de spouwmuur.

Het materiaal

Wat is FTX1, en waarom vloeibaar?

Een minerale isolatie van klei, leem en zand, op de bouwplaats opgeschuimd tot tien keer het volume. Dat het vloeibaar naar binnen gaat is niet zomaar één eigenschap naast de andere: daar berust de rest op. Een spouw raakt namelijk zelden helemaal vol, omdat materiaal met een vaste vorm blijft liggen zodra het ergens tegenaan komt.

  • Het voegt zich naar de ruimte die er is

    Het schuim stroomt van vulgat naar vulgat, loopt om spouwankers heen en gaat door een vernauwing. Materiaal dat als korrel of vlok wordt ingeblazen rolt tot het blijft steken, en laat achter dat obstakel een holte achter.

  • Brandklasse A2-s1,d0

    Nagenoeg onbrandbaar, de laagste rookklasse en geen brandende druppels, bepaald volgens EN 13501-1.

  • Het zakt niet in

    Uitgehard tot een vast mineraal dat aan beide bladen hecht, met een droge dichtheid van 29 tot 35 kg/m³ die op de bouwplaats wordt gecontroleerd. Los materiaal kan na jaren inklinken.

  • Dampopen

    De open poriënstructuur laat vocht de constructie verlaten. Bij oud metselwerk weegt dat zwaarder dan bij nieuw, omdat de buitenmuur na het isoleren langzamer droogt.

Drie holle ruimtes

In welke constructies kan het?

Het materiaal en de apparatuur zijn per toepassing hetzelfde. Wat verandert is de vulstrategie en de maat waarvoor is beoordeeld. Toegepast wordt FTX1 op dit moment alleen in de spouwmuur, de twee andere constructies staan hier omdat de beoordeling ze dekt. Welke waarde bij welke dikte hoort, is na te lezen in de tabel op techniek.

ConstructieWaarvoor beoordeeldRandvoorwaarde
Spouwmuur van dubbelwandig metselwerk30 tot 150 mm spouwbreedteminimaal 3 cm vrije ruimte
Tussenvloerde holle ruimte tussen twee vloerenminimaal 3 cm vrije ruimte
Dakeen gesloten constructie met holle ruimtede constructie moet dicht zijn
Het proces

Hoe komt het in een gesloten ruimte?

Het werk bestaat uit drie handelingen en die gebeuren alle drie aan de buitenzijde. Het volledige voorschrift staat op de techniekpagina.

1

Boren

Vulgaten van 14 tot 18 mm, geboord op de kruising van de stoot- en lintvoeg, hart op hart maximaal 100 cm.

2

Injecteren

Onder lage druk en altijd van onder naar boven. Pas als het schuim bij de bovenliggende gaten zichtbaar wordt, gaat de verwerker een rij omhoog: dat is de controle op verzadiging.

3

Dichtzetten

De gaten worden gedicht met een voegmortel die in kleur en structuur bij het bestaande voegwerk past.

De afbakening

Waarvoor is het gemaakt, en waar kan het niet?

Twee kanten van dezelfde beoordeling. Zet de schakelaar om voor de andere kant.

Wel

Een spouw die niet meewerkt

  • Een spouw die niet overal even breed is. Het schuim voegt zich naar de ruimte die er is en stroomt van vulgat naar vulgat.
  • Spouwankers en speciebaarden. Het loopt eromheen in plaats van erop te blijven liggen. Bij korrels en vlokken blijft daar een holte achter.
  • De hele bandbreedte van 30 tot 150 mm. Smalle en brede spouwen, met dezelfde machine en hetzelfde verwerkingsvoorschrift.
  • Een object dat in gebruik blijft. Het werk gebeurt vanaf de buitenzijde. Geen sloopwerk binnen en geen afgesloten ruimtes.
Wat er vaak gedacht wordt

Welke misvattingen leven er over na-isolatie?

Deze vier komen het vaakst voorbij, en ze leiden alle vier tot verkeerde beslissingen.

"Een spouw die voor tachtig procent gevuld is, presteert tachtig procent"

De plekken die leeg blijven trekken de warmte naar zich toe, waardoor het rendement veel verder terugloopt dan het percentage doet vermoeden. Isolatie werkt alleen waar hij zit.

"Aan het bouwjaar is te zien of het kan"

Het bouwjaar geeft een indicatie, meer niet. Twee huizen die er van buiten hetzelfde uitzien kunnen binnenin een heel andere spouw hebben. Alleen de endoscoop geeft zekerheid.

"Van na-isolatie komen vochtproblemen"

Niet van een dampopen materiaal in een spouw die geschikt is. Wel als er gevuld wordt terwijl de gevel scheuren heeft of het voegwerk slecht is. Daarom gaat de endoscoop vooraf en wordt slecht voegwerk eerst hersteld.

"Alle spouwvullingen doen hetzelfde"

Ze verschillen in wat ze aankunnen. Korrels en vlokken rollen tot ze blijven steken en laten holtes achter ankers en bij vernauwingen. Bij een schone, gelijkmatige spouw is dat verschil klein.

Voordat er iets naar binnen gaat

Wat stelt de opname vast?

Boren en meten aan de gevel voordat er wordt gevuld

Er wordt per object opgenomen en per object gecertificeerd. De geschiktheid per bouwjaar staat op de productpagina.

  1. 1
    Is er een spouw?

    Bij bouwjaren vóór 1925 is de muur vaak massief. Dat wordt met de endoscoop vastgesteld, niet op basis van het bouwjaar.

  2. 2
    Hoe breed is hij?

    De spouwbreedte wordt op minimaal vijf punten per gevel gemeten, elke gevel apart. Uit die maat volgt de behaalde Rd.

  3. 3
    Zit er al iets in?

    Bouwafval en grove speciebaarden houden het schuim tegen. Dat is vastgesteld voordat de eerste boor de muur in gaat.

  4. 4
    Is de gevel in orde?

    Scheuren en loszittend voegwerk worden eerst hersteld. Dat is een voorwaarde uit de beoordeling.

Veelgestelde vragen

Wat wordt er over de toepassingen gevraagd?

Wat is de minimale en de maximale spouwbreedte?+

Beoordeeld voor 30 tot 150 mm. Daarbinnen geldt dat er minimaal 3 cm vrije ruimte moet zijn, want het schuim moet van vulgat naar vulgat kunnen stromen. De maximale isolatiedikte van 150 mm komt uit DIN EN 1996-1-1.

Kan het in een spouw waar al isolatie zit?+

Soms. Ligt er een dunne laag die is gezakt en zit er boven die laag nog ruimte, dan kan er worden bijgevuld. Bij de opname wordt dat per gevel vastgesteld.

Waarom moet beschadigd voegwerk eerst hersteld worden?+

Na het isoleren droogt de buitenmuur langzamer, omdat er geen warmte meer doorheen trekt. Regenwater dat door een open voeg naar binnen komt, krijgt dan minder kans om er weer uit te drogen.

Bij welke temperatuur kan er verwerkt worden?+

Tussen 5 en 30 graden. De opslag van de componenten is vorstvrij, tussen 5 en 20 graden.

Moet er binnen gewerkt worden?+

Nee. Alles gebeurt aan de buitenkant, door gaatjes in het voegwerk. Het object blijft in gebruik.

Hoe lang duurt het per object?+

Bij een gemiddelde woning één dag. Het materiaal is binnen een minuut vast, dus er zit geen droogtijd. Bij een blok of complex bepaalt vooral de steigerplanning de doorlooptijd.

Wat wordt er na afloop vastgelegd?+

Een certificaat van uitvoering per object: het uitvoerende bedrijf, de datum en de gemiddelde isolatiedikte. Uit die gemeten dikte volgt de behaalde Rd.

Dekt de beoordeling ook een vloer of een dak?+

Ja. De randvoorwaarden zijn dezelfde: een gesloten holle ruimte met minimaal 3 cm vrije ruimte en een constructie zonder actief vochtprobleem. Wat verschilt is de vulstrategie. Toegepast wordt FTX1 op dit moment alleen in de spouwmuur; vloeren en daken volgen later.

Voor een bestek of een dossier. De vier documenten die u nodig heeft, liggen klaar bij de technische gegevens: geen formulier, geen wachttijd. Wie wil weten hoe die waarden tot stand zijn gekomen, vindt dat onder certificeringen.

Een constructie die hier niet bij staat?

Voor een bestekvraag, een berekening of een constructie die niet in dit rijtje past: mail of bel. U krijgt de ontwikkelaar aan de lijn, niet een verkoper.