FTX1 F0, de filler
Anorganische vulstoffen van klei, leem en zand, met polymeerbindmiddelen en additieven. Wordt op de werkplek met water aangelengd en minimaal 45 minuten gehomogeniseerd.

Alle waarden, met de norm waarop ze zijn gemeten. En het proces waarmee ze worden gehaald.
De meeste spouwisolatie gaat de muur in als korrel of vlok. FTX1 gaat er als vloeistof in. Dat ene verschil verklaart bijna alles wat hieronder staat.
FTX1 is opgebouwd uit klei, leem en zand, met polymeerbindmiddelen en additieven. Het is een overwegend anorganisch isolatieschuim. Dat verklaart de brandklasse A2-s1,d0: er valt weinig te verbranden.
Het wordt niet als plaat of korrel geleverd maar op de bouwplaats gemaakt. Daardoor gaat het de spouw in als vloeistof en komt het eruit als een vaste, lichte isolatielaag die overal tegenaan zit, ook achter spouwankers en langs speciebaarden.
Bij sloop kan het met het bouwafval mee of worden hergebruikt als funderingsmateriaal.


De drie componenten worden op de werkplek gemengd en met perslucht opgeschuimd tot ongeveer tien keer het oorspronkelijke volume. De mengverhouding en de tijden staan in verwerkingsvoorschrift 1.26.
Anorganische vulstoffen van klei, leem en zand, met polymeerbindmiddelen en additieven. Wordt op de werkplek met water aangelengd en minimaal 45 minuten gehomogeniseerd.
Oppervlakte-actieve stoffen die met perslucht tot schuim worden opgewerkt. Deze component maakt het volume en de open structuur.
De verharder van het mengsel. Na injectie reageert het schuim binnen zestig seconden tot een stabiel mineraal.
Het werk bestaat uit drie handelingen en die gebeuren alle drie aan de buitenzijde. De maten hieronder komen uit het verwerkingsvoorschrift v1.26.
Er wordt geboord op de kruising van de stoot- en lintvoeg, met een diameter van 14 tot 18 mm. De onderlinge afstand is horizontaal en verticaal maximaal 100 cm, met extra gaten onder ramen, bij hoeken en bij de bovenste afsluiting van de spouw. Van een kozijn of gevelrand wordt minimaal 30 cm afstand gehouden.
Het schuim gaat onder lage druk de spouw in, zodat het binnenblad niet wordt belast. Er wordt altijd van onder naar boven gewerkt. Zodra het schuim bij de gaten van de rij erboven zichtbaar wordt, schuift de verwerker een rij omhoog. Tijdens het spuiten wordt gecontroleerd of de spouw verzadigd is.
De vulgaten worden gedicht met een voegmortel die qua kleur en structuur bij het bestaande voegwerk past. Wat er langs de gevel is gemorst wordt direct met water weggespoeld, voordat het uithardt. Van elke toepassing wordt een certificaat opgesteld met het uitvoerende bedrijf, de projectgegevens, de datum en de gemiddelde isolatiedikte.
De prestaties gelden alleen als hieraan is voldaan. Daarom gaat er altijd een inspectie aan vooraf. De voorwaarden komen uit ETA-23/0018 en verwerkingsvoorschrift 1.26.
Het schuim moet van vulgat naar vulgat kunnen stromen. Onder die maat stopt het. De spouwbreedte wordt bij de opname op minimaal vijf punten per gevel gemeten.
Binnen- en buitenblad moeten droog en intact zijn, het voegwerk heel. Scheuren worden vooraf hersteld: na het isoleren droogt de buitenmuur langzamer, en een gevel die water doorlaat wordt dan een probleem.
Grove speciebaarden en bouwafval houden het schuim tegen en verhinderen een volledige vulling. Wat erin zit wordt met een endoscoop vastgesteld, voordat de eerste boor de muur in gaat.
Vertoont de binnenzijde van de constructie vochtverschijnselen, dan wordt eerst de oorzaak weggenomen. Isoleren maakt een bestaand vochtprobleem niet kleiner.
Twee temperaturen, en ze gaan over iets anders. Aanbrengen kan bij een buitenluchttemperatuur van 5 tot 30 graden. De componenten liggen ondertussen vorstvrij op de wagen, tussen 5 en 20 graden.
Bestaande openingen in het buitenspouwblad blijven behouden. Ze horen bij de vochthuishouding van de gevel en worden niet meegevuld.
De prestaties hieronder gelden alleen bij verwerking volgens het voorschrift.
Getest volgens EAD 041561-00-1201 en vastgelegd in ETA-23/0018 van 25 januari 2023.
| Kenmerk | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| Warmtegeleiding λD | 0,034 W/(m·K) | EAD 041561-00-1201, bij 23 °C en 50% RV |
| Vochtcorrectiefactor Fm | 1,015 | EAD 041561-00-1201 |
| Rekenwaarde met vochtcorrectie | 0,0345 W/(m·K) | λD maal Fm |
| Droge dichtheid | 29 tot 35 kg/m³ | gecontroleerd op de bouwplaats |
| Wateropname, langdurige gedeeltelijke onderdompeling | ≤ 1,0 kg/m² | EN 1609 |
| Brandreactie | Klasse A2-s1,d0 | EN 13501-1, beproefd volgens EN 13823 en EN ISO 1716 |
| Maatvastheid bij 23 °C en 50% RV | ≤ 1% (L/B/D) | EN 1604 |
| Maatvastheid bij 70 °C en 90% RV | ≤ 5% (L/B), ≤ 12% (D) | EN 1604 |
| Maatvastheid bij −30 °C | ≤ 2% (L/B/D) | EN 1604 |
| Uithardingstijd | circa 60 seconden | reactiviteit na injectie, EAD 041561-00-1201 |
| Europese beoordeling | ETA-23/0018 | afgegeven 25 januari 2023 |
| Minimale vrije spouw | 30 mm | ETA-23/0018 |
| Maximale isolatiedikte | 150 mm | ETA-23/0018 |
| Levensduur, beoordeling | minimaal 50 jaar | richtwaarde uit EAD 041561-00-1201, verwerkingsvoorschrift 1.26 |
| Levensduur, milieuprestatie | 75 jaar | representatieve levensduur uit milieuverklaring nmd_203590 |
De waarden zijn in een laboratorium bepaald en in ETA-23/0018 verklaard. Ze gelden voor het product zoals het is beoordeeld, en bij een isolatie die pas op de bouwplaats ontstaat hoort het aanbrengen daarbij. Die voorwaarde staat in de beoordeling zelf.
Buiten verwerkingsvoorschrift 1.26 om zijn de beproefde waarden niet verklaard. Voor werk dat daarbuiten valt, is geen van de verklaarde waarden van toepassing. Daarom mag het materiaal alleen worden aangebracht door bedrijven die de opleiding hebben gevolgd, en staat de uitvoering in de beoordeling zelf.
De droge dichtheid van 29 tot 35 kg/m³ wordt tijdens het werk gecontroleerd. De vrije spouw wordt per gevel op minimaal vijf punten gemeten, en de daaruit volgende gemiddelde isolatiedikte komt per gevel op het certificaat van uitvoering, samen met de Rd die volgt uit de rekenwaarde van 0,0345 W/(m·K).
De warmteweerstand volgt uit de spouwbreedte gedeeld door de rekenwaarde. Met een lambda van 0,034 en een vochtcorrectiefactor van 1,015 komt de rekenwaarde uit op 0,0345 W/(m·K). Berekende waarden, afgerond op twee decimalen. De waarden in de prestatieverklaring en de ETA zijn leidend.
| Spouwbreedte | Rd in m²K/W | ISDE-eis 1,1 |
|---|---|---|
| 40 mm | 1,16 | gehaald |
| 50 mm | 1,45 | gehaald |
| 60 mm | 1,74 | gehaald |
| 70 mm | 2,03 | gehaald |
| 80 mm | 2,32 | gehaald |
| 100 mm | 2,90 | gehaald |
| 150 mm (maximum) | 4,35 | gehaald |
| Productfamilie | In-situ gevormde thermische isolatie van mineraalschuim |
|---|---|
| Toepassing | Volledig gevulde spouwmurenDIN EN 1996-1-1 (EC 6) |
| Maximale isolatiedikte | 150 mm |
| Minimale vrije spouw | 30 mm |
| Vulgaten | 14 tot 18 mmhart op hart maximaal 100 cm |
| Minimale afstand tot kozijnen | 300 mm |
| Verwerkingstemperatuur | 5 tot 30 °C |
| Componenten | FTX1 F0, FTX1 T0 en FTX1 X0 |
| Levering | IBC van 1.000 liter, 1.000 kg per component |
| Opslag | Vorstvrij, 5 tot 20 °C, uit direct zonlicht |
| Houdbaarheid | 12 maanden ongeopendT0 en X0 na openen nog 6 maanden |
Alles wat een opdrachtgever kan opvragen, zonder formulier ervoor. De Europese beoordeling, het gegevensblad, het veiligheidsblad en de EPD zijn afgegeven onder de handelsnaam Cavipor, op naam van BASF SE: dat is het systeem waarop FTX1 wordt gemaakt. Wat de beoordeling inhoudt staat bij certificeringen.
Staat het document dat u zoekt er niet bij? Mail naar info@ftx1.nl en u krijgt het toegestuurd.
Alleen een door FTX1 erkend en getraind bedrijf met een gespecialiseerde mengunit. Dat is een voorwaarde uit de beoordeling: de prestaties in de ETA gelden alleen bij verwerking volgens het voorschrift.
Bij een gemiddelde woning één dag. Het schuim hardt binnen zestig seconden uit, dus er is geen droogtijd waarop gewacht moet worden.
Tijdens het spuiten wordt gecontroleerd of de spouw verzadigd is: pas als het schuim bij de bovenliggende gaten zichtbaar wordt, gaat de verwerker een rij omhoog. Na afloop wordt een certificaat opgesteld met de gemiddelde isolatiedikte.
Daar is het materiaal juist voor gemaakt. Het schuim stroomt van vulgat naar vulgat en voegt zich naar de ruimte die er is.
Bij een spouw die smaller wordt dan 3 cm stopt het, en dat wordt bij de inspectie vastgesteld, niet tijdens het spuiten.
Nee. Het hardt uit tot een vast mineraal dat aan beide bladen hecht. De droge dichtheid van 29 tot 35 kg per kubieke meter wordt op de bouwplaats gecontroleerd.
Bij korrels en vlokken is inklinken wel een reëel risico, want die liggen los.
Uit de gemeten spouwbreedte gedeeld door de rekenwaarde van 0,0345 W/(m·K). Die breedte wordt bij de opname op minimaal vijf punten per gevel bepaald en de gemiddelde isolatiedikte komt op het certificaat te staan.
Het schuim is overwegend anorganisch maar niet volledig: de polymeerbindmiddelen en additieven zijn organisch. A2-s1,d0 betekent nagenoeg onbrandbaar, de laagste rookklasse en geen brandende druppels, bepaald volgens EN 13501-1.

Voor een bestekvraag, een berekening of het volledige dossier: mail of bel. Het antwoord komt van iemand die het materiaal maakt.