Naar de inhoud
De mengunit waarmee het schuim wordt aangemaakt
Techniek

De techniek achter FTX1

Alle waarden, met de norm waarop ze zijn gemeten. En het proces waarmee ze worden gehaald.

De kerngetallen

Waar komt het op neer?

De meeste spouwisolatie gaat de muur in als korrel of vlok. FTX1 gaat er als vloeistof in. Dat ene verschil verklaart bijna alles wat hieronder staat.

0,034λD in W/(m·K)EAD 041561-00-1201
A2-s1,d0brandreactieEN 13501-1
29-35droge dichtheid in kg/m³gecontroleerd op de bouwplaats
60 secuithardingstijd na injectiereactiviteit uit ETA-23/0018
Wat het is

Waarom is dit geen kunststof?

FTX1 is opgebouwd uit klei, leem en zand, met polymeerbindmiddelen en additieven. Het is een overwegend anorganisch isolatieschuim. Dat verklaart de brandklasse A2-s1,d0: er valt weinig te verbranden.

Het wordt niet als plaat of korrel geleverd maar op de bouwplaats gemaakt. Daardoor gaat het de spouw in als vloeistof en komt het eruit als een vaste, lichte isolatielaag die overal tegenaan zit, ook achter spouwankers en langs speciebaarden.

Bij sloop kan het met het bouwafval mee of worden hergebruikt als funderingsmateriaal.

De open poriënstructuur van het uitgeharde schuim
Het materiaal in onverwerkte vorm
Drie componenten

Wat zit er in de drie vaten?

De drie componenten worden op de werkplek gemengd en met perslucht opgeschuimd tot ongeveer tien keer het oorspronkelijke volume. De mengverhouding en de tijden staan in verwerkingsvoorschrift 1.26.

FTX1 F0, de filler

Anorganische vulstoffen van klei, leem en zand, met polymeerbindmiddelen en additieven. Wordt op de werkplek met water aangelengd en minimaal 45 minuten gehomogeniseerd.

FTX1 T0, de template

Oppervlakte-actieve stoffen die met perslucht tot schuim worden opgewerkt. Deze component maakt het volume en de open structuur.

FTX1 X0, de crosslinker

De verharder van het mengsel. Na injectie reageert het schuim binnen zestig seconden tot een stabiel mineraal.

Het proces

Hoe gaat het de muur in?

Het werk bestaat uit drie handelingen en die gebeuren alle drie aan de buitenzijde. De maten hieronder komen uit het verwerkingsvoorschrift v1.26.

1

Vulgaten in het voegwerk

Er wordt geboord op de kruising van de stoot- en lintvoeg, met een diameter van 14 tot 18 mm. De onderlinge afstand is horizontaal en verticaal maximaal 100 cm, met extra gaten onder ramen, bij hoeken en bij de bovenste afsluiting van de spouw. Van een kozijn of gevelrand wordt minimaal 30 cm afstand gehouden.

2

Injecteren onder lage druk

Het schuim gaat onder lage druk de spouw in, zodat het binnenblad niet wordt belast. Er wordt altijd van onder naar boven gewerkt. Zodra het schuim bij de gaten van de rij erboven zichtbaar wordt, schuift de verwerker een rij omhoog. Tijdens het spuiten wordt gecontroleerd of de spouw verzadigd is.

3

Dichtzetten en opleveren

De vulgaten worden gedicht met een voegmortel die qua kleur en structuur bij het bestaande voegwerk past. Wat er langs de gevel is gemorst wordt direct met water weggespoeld, voordat het uithardt. Van elke toepassing wordt een certificaat opgesteld met het uitvoerende bedrijf, de projectgegevens, de datum en de gemiddelde isolatiedikte.

De randvoorwaarden

Waaraan moet de constructie voldoen?

De prestaties gelden alleen als hieraan is voldaan. Daarom gaat er altijd een inspectie aan vooraf. De voorwaarden komen uit ETA-23/0018 en verwerkingsvoorschrift 1.26.

  • Minimaal 3 cm vrije spouw

    Het schuim moet van vulgat naar vulgat kunnen stromen. Onder die maat stopt het. De spouwbreedte wordt bij de opname op minimaal vijf punten per gevel gemeten.

  • Blad en voegwerk in goede staat

    Binnen- en buitenblad moeten droog en intact zijn, het voegwerk heel. Scheuren worden vooraf hersteld: na het isoleren droogt de buitenmuur langzamer, en een gevel die water doorlaat wordt dan een probleem.

  • Een spouw zonder obstakels

    Grove speciebaarden en bouwafval houden het schuim tegen en verhinderen een volledige vulling. Wat erin zit wordt met een endoscoop vastgesteld, voordat de eerste boor de muur in gaat.

  • Geen actief vochtprobleem

    Vertoont de binnenzijde van de constructie vochtverschijnselen, dan wordt eerst de oorzaak weggenomen. Isoleren maakt een bestaand vochtprobleem niet kleiner.

  • Verwerking tussen 5 en 30 graden

    Twee temperaturen, en ze gaan over iets anders. Aanbrengen kan bij een buitenluchttemperatuur van 5 tot 30 graden. De componenten liggen ondertussen vorstvrij op de wagen, tussen 5 en 20 graden.

  • Ventilatieopeningen blijven open

    Bestaande openingen in het buitenspouwblad blijven behouden. Ze horen bij de vochthuishouding van de gevel en worden niet meegevuld.

De prestaties hieronder gelden alleen bij verwerking volgens het voorschrift.
Daarom krijgen alleen opgeleide bedrijven met de juiste mengunit het materiaal.
Vastgelegd

Welke waarden liggen vast?

Getest volgens EAD 041561-00-1201 en vastgelegd in ETA-23/0018 van 25 januari 2023.

KenmerkWaardeBron
Warmtegeleiding λD0,034 W/(m·K)EAD 041561-00-1201, bij 23 °C en 50% RV
Vochtcorrectiefactor Fm1,015EAD 041561-00-1201
Rekenwaarde met vochtcorrectie0,0345 W/(m·K)λD maal Fm
Droge dichtheid29 tot 35 kg/m³gecontroleerd op de bouwplaats
Wateropname, langdurige gedeeltelijke onderdompeling≤ 1,0 kg/m²EN 1609
BrandreactieKlasse A2-s1,d0EN 13501-1, beproefd volgens EN 13823 en EN ISO 1716
Maatvastheid bij 23 °C en 50% RV≤ 1% (L/B/D)EN 1604
Maatvastheid bij 70 °C en 90% RV≤ 5% (L/B), ≤ 12% (D)EN 1604
Maatvastheid bij −30 °C≤ 2% (L/B/D)EN 1604
Uithardingstijdcirca 60 secondenreactiviteit na injectie, EAD 041561-00-1201
Europese beoordelingETA-23/0018afgegeven 25 januari 2023
Minimale vrije spouw30 mmETA-23/0018
Maximale isolatiedikte150 mmETA-23/0018
Levensduur, beoordelingminimaal 50 jaarrichtwaarde uit EAD 041561-00-1201, verwerkingsvoorschrift 1.26
Levensduur, milieuprestatie75 jaarrepresentatieve levensduur uit milieuverklaring nmd_203590
De voorwaarde

Wanneer gelden deze waarden?

De waarden zijn in een laboratorium bepaald en in ETA-23/0018 verklaard. Ze gelden voor het product zoals het is beoordeeld, en bij een isolatie die pas op de bouwplaats ontstaat hoort het aanbrengen daarbij. Die voorwaarde staat in de beoordeling zelf.

  • Alleen bij verwerking volgens voorschrift

    Buiten verwerkingsvoorschrift 1.26 om zijn de beproefde waarden niet verklaard. Voor werk dat daarbuiten valt, is geen van de verklaarde waarden van toepassing. Daarom mag het materiaal alleen worden aangebracht door bedrijven die de opleiding hebben gevolgd, en staat de uitvoering in de beoordeling zelf.

  • Twee waarden worden op de bouwplaats nagemeten

    De droge dichtheid van 29 tot 35 kg/m³ wordt tijdens het werk gecontroleerd. De vrije spouw wordt per gevel op minimaal vijf punten gemeten, en de daaruit volgende gemiddelde isolatiedikte komt per gevel op het certificaat van uitvoering, samen met de Rd die volgt uit de rekenwaarde van 0,0345 W/(m·K).

De uitkomst

Wat levert elke spouwbreedte op?

De warmteweerstand volgt uit de spouwbreedte gedeeld door de rekenwaarde. Met een lambda van 0,034 en een vochtcorrectiefactor van 1,015 komt de rekenwaarde uit op 0,0345 W/(m·K). Berekende waarden, afgerond op twee decimalen. De waarden in de prestatieverklaring en de ETA zijn leidend.

SpouwbreedteRd in m²K/WISDE-eis 1,1
40 mm1,16gehaald
50 mm1,45gehaald
60 mm1,74gehaald
70 mm2,03gehaald
80 mm2,32gehaald
100 mm2,90gehaald
150 mm (maximum)4,35gehaald
In de praktijk

Hoe wordt het geleverd en opgeslagen?

ProductfamilieIn-situ gevormde thermische isolatie van mineraalschuim
ToepassingVolledig gevulde spouwmurenDIN EN 1996-1-1 (EC 6)
Maximale isolatiedikte150 mm
Minimale vrije spouw30 mm
Vulgaten14 tot 18 mmhart op hart maximaal 100 cm
Minimale afstand tot kozijnen300 mm
Verwerkingstemperatuur5 tot 30 °C
ComponentenFTX1 F0, FTX1 T0 en FTX1 X0
LeveringIBC van 1.000 liter, 1.000 kg per component
OpslagVorstvrij, 5 tot 20 °C, uit direct zonlicht
Houdbaarheid12 maanden ongeopendT0 en X0 na openen nog 6 maanden
Het dossier

Welke documenten zijn er?

Alles wat een opdrachtgever kan opvragen, zonder formulier ervoor. De Europese beoordeling, het gegevensblad, het veiligheidsblad en de EPD zijn afgegeven onder de handelsnaam Cavipor, op naam van BASF SE: dat is het systeem waarop FTX1 wordt gemaakt. Wat de beoordeling inhoudt staat bij certificeringen.

Staat het document dat u zoekt er niet bij? Mail naar info@ftx1.nl en u krijgt het toegestuurd.

Veelgestelde vragen

Wat wordt er over de techniek gevraagd?

Wie mag FTX1 aanbrengen?+

Alleen een door FTX1 erkend en getraind bedrijf met een gespecialiseerde mengunit. Dat is een voorwaarde uit de beoordeling: de prestaties in de ETA gelden alleen bij verwerking volgens het voorschrift.

Hoe lang duurt het aanbrengen?+

Bij een gemiddelde woning één dag. Het schuim hardt binnen zestig seconden uit, dus er is geen droogtijd waarop gewacht moet worden.

Hoe wordt de verwerking gecontroleerd?+

Tijdens het spuiten wordt gecontroleerd of de spouw verzadigd is: pas als het schuim bij de bovenliggende gaten zichtbaar wordt, gaat de verwerker een rij omhoog. Na afloop wordt een certificaat opgesteld met de gemiddelde isolatiedikte.

Wat gebeurt er bij een spouw die niet overal even breed is?+

Daar is het materiaal juist voor gemaakt. Het schuim stroomt van vulgat naar vulgat en voegt zich naar de ruimte die er is.

Bij een spouw die smaller wordt dan 3 cm stopt het, en dat wordt bij de inspectie vastgesteld, niet tijdens het spuiten.

Zakt het schuim na verloop van tijd in?+

Nee. Het hardt uit tot een vast mineraal dat aan beide bladen hecht. De droge dichtheid van 29 tot 35 kg per kubieke meter wordt op de bouwplaats gecontroleerd.

Bij korrels en vlokken is inklinken wel een reëel risico, want die liggen los.

Waaruit volgt de behaalde Rd?+

Uit de gemeten spouwbreedte gedeeld door de rekenwaarde van 0,0345 W/(m·K). Die breedte wordt bij de opname op minimaal vijf punten per gevel bepaald en de gemiddelde isolatiedikte komt op het certificaat te staan.

Waarom is de brandklasse A2-s1,d0 en niet A1?+

Het schuim is overwegend anorganisch maar niet volledig: de polymeerbindmiddelen en additieven zijn organisch. A2-s1,d0 betekent nagenoeg onbrandbaar, de laagste rookklasse en geen brandende druppels, bepaald volgens EN 13501-1.

Een vraag over de techniek?

Voor een bestekvraag, een berekening of het volledige dossier: mail of bel. Het antwoord komt van iemand die het materiaal maakt.